Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening hondenbelasting Leeuwarden 2012

De belasting wordt niet geheven voor honden: a.   die uitsluitend dienen om blinde personen te leiden; b.   die door de ‘Stichting Hulphond Nederland’ als gehandicaptenhond aan gehandicapten ter beschikking zijn gesteld; c.   die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk asiel is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; d.   boven het getal van twee, die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk inrichting is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; e.   die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehou­den; f.   waarvan de houder geen ingezetene van de gemeente is, en de hond niet langer dan drie maanden in het belastingjaar in de gemeente verblijft; g.   waarvan de houder woonachtig is in het gebied buiten de bebouwde kom (bebouwde kom: zoals deze het laatst is vastgesteld door de gemeenteraad op grond van artikel 1, vijfde lid, van de Boswet).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel