In dit artikel wordt verstaan onder werken op een Eurojob: parttime betaald werk verrichten.
Het college kan ambtshalve over een aaneengesloten periode van 12 maanden een €JOB-premie verstrekken aan een belanghebbende die:
een uitkering op grond van de Wwb, Ioaw of Ioaz ontvangt;
niet volledig ontheven is van de arbeidsverplichtingen;
voortgang vertoont in zijn re-integratie; en
werkt op een Eurojob,
als tegemoetkoming in de extra uitgaven bij dat werk en ter stimulering van de arbeidsinschakeling.
De hoogte van de €JOB-premie is afhankelijk van het aantal gewerkte uren in het voorafgaande jaar en bedraagt niet meer dan € 120,- per maand.
Er bestaat geen recht op een €JOB-premie:
indien de belanghebbende jonger is dan 27 jaar;
indien niet aan de verplichtingen van de Wwb, Ioaw en Ioaz in relatie tot de Eurojob wordt voldaan; of
zolang er aanspraak bestaat op toepassing van de inkomstenvrijlating, bedoeld in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder n en r, van de Wwb, artikel 8, tweede en vijfde lid, van de Ioaw of artikel 8, derde en negende lid van de Ioaz;
indien de belanghebbende gedurende 30 maanden gebruik heeft gemaakt van de inkomstenvrijlating, bedoeld in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder r, van de Wwb, artikel 8, vijfde lid, van de Ioaw of artikel 8, negende lid van de Ioaz.
De in het tweede lid bedoelde periode van 12 maanden kan aansluitend eenmalig, door het college worden verlengd met 12 maanden, als op dat moment aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, wordt voldaan.
De in het vijfde lid bedoelde periode van 12 maanden kan aansluitend eenmalig, door het college worden verlengd met 6 maanden, als op dat moment aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, wordt voldaan.
In afwijking van het tweede, vijfde en zesde lid kan het college indien de belanghebbende gedurende minder dan 30 maanden gebruik heeft gemaakt van de inkomstenvrijlating, bedoeld in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder r, van de Wwb, artikel 8, vijfde lid, van de Ioaw of artikel 8, negende lid van de Ioaz, de €JOB-premie, voor een kortere periode dan respectievelijk 12 of 6 maanden verstrekken.
De totale duur van de inkomstenvrijlating, bedoeld in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder r, van de Wwb, artikel 8, vijfde lid, van de Ioaw of artikel 8, negende lid, van de Ioaz en de €JOB-premie op grond van het zevende lid, bedraagt samen niet meer dan 30 maanden.