Het college kan een loonkostensubsidie aan een werkgever verstrekken om daarmee het opdoen van werkervaring of de overgang naar een reguliere functie bij betreffende werkgever voor een uitkeringsgerechtigde of persoon met een participatieplaats als bedoeld in artikel 9 mogelijk te maken.
De duur en hoogte van de loonkostensubsidie worden door het college vastgesteld op basisvan een individuele afweging ten aanzien van de betreffende uitkeringsgerechtigde of persoon met
een leerwerkplek. De loonkostensubsidie wordt slechts uitbetaald voor zover de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk van kracht is en naar rato van een voltijds dienstverband.
De loonkostensubsidie wordt slechts verstrekt indien de arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor ten minste de duur van de referteperiode voor de Werkloosheidswet (WW).
De hoogte van de loonkostensubsidie bedraagt maximaal 50% van het voor de uitkeringsgerechtigde geldende wettelijk minimum loon en minimaal een bedrag ter compensatie van de non-productiviteit van de betreffende uitkeringsgerechtigde plus de kosten van begeleiding.
De non-productiviteit wordt door burgemeester en wethouders vastgesteld. De kosten vanbegeleiding moeten door de werkgever worden aangetoond.
6.De loonkostensubsidie wordt alleen verstrekt indien hierdoor geen verdringing plaatsvindt van bestaande werkgelegenheid en de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed.
Hoofdstuk 4.
Artikel 11
- Loonkostensubsidie
Onderdeel van Re-integratieverordening WWB/IOAW/IOAZ 2013