Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Zeehavengelden 2012

1.. Schepenwet: de Wet van 1 juli 1909; 2.. Meetbrief: de meetbrief als bedoeld in artikel 24 van de Meetbrievenwet 1981; 3.. Schip: elk drijvend lichaam, dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen, koopwaren, grondstoffen, producten en voorwerpen van allerlei aard, al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende; elk ander drijvend lichaam zoals een werk- en aanlegvlot, ponton, houtvlot, elevator, duikerklok, zandzuiger, baggermolen, drijvend werktuig, booreiland en elke andere drijvende inrichting ten dienste van de exploratie en/of exploitatie van olie- en gasvelden of het winnen van mineralen op zee; 4.. Zeeschip: elk schip dat is bestemd of wordt gebruikt voor de vaart buitengaats, als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Schepenwet; elk schip dat in verband met sloop of voorgenomen sloop voor het onder ten eerste bedoelde gebruik niet meer wordt gebezigd of de bestemming daartoe heeft verloren; 5.. Zeeschip in lijndienst: een zeeschip dat deelneemt aan een geregelde lijndienst en dat opgenomen is in, en de haven van Beverwijk aandoet volgens een vooraf aangekondigd vaarplan en uitsluitend op voor lijndiensten geldende voorwaarden goederen en/of passagiers vervoert. Een vervangend schip of een schip dat zijn reizen in lijndienst afwisselt met reizen anders dan in lijndienst, wordt beoordeeld naar zijn positie bij het verlaten van de haven; 6.. Cruiseschip: een zeeschip dat bestemd is voor het bedrijfsmatig vervoer van passagiers die voor toeristische doeleinden, uitsluitend in de zeereis zelf gelegen, deelnemen aan die reis; 7.. Passagiersschip: een zeeschip, geen cruiseschip zijnde, dat bestemd is voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan twaalf passagiers, dan wel een zeeschip, geen cruiseschip zijnde, dat bedrijfsmatig meer dan twaalf passagiers vervoert; 8.. Pleziervaartuig: een zeeschip dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor recreatie, niet zijnde een passagiersschip, noch een cruiseschip of een zeilend bedrijfsvaartuig; 9.. Hospitaalschip: een zeeschip uitsluitend bestemd en gebruikt voor het verlenen van medische hulp, daaronder begrepen het vervoer van gewonden, zieken en gehandicapten; 10.. Volcontainerschip: een zeeschip dat uitsluitend is ingericht voor het vervoer van containers; 11.. Lash-schip: een zeeschip dat door zijn inrichting bestemd is voor het vervoer van zelfdrijvende laadbakken; 12.. Tankschip: een zeeschip dat door geheel of ten dele wordt gebruikt voor het vervoer in bulk van vloeibare lading; 13.. Bevoorradingsschip: een zeeschip bestemd of gebruikt voor de aan- en afvoer van personen en/of materiaal ten behoeve van op zee gestationeerde booreilanden of werkschepen; 14.. Werkschip: een zeeschip, zijnde een drijvende inrichting ten dienste van exploratie en/of exploitatie van olie- en/of gasvelden op zee dan wel de winning van mineralen op zee; 15.. Sleepboot: een zeeschip dat blijkens bouw en inrichting bestemd is voor het slepen en/of duwen van andere schepen; 16.. Reactorschip: een zeeschip dat is voorzien van een kernreactor-installatie ten behoeve van de voortstuwing; 17.. Vissersschip: een zeeschip dat gebruikt wordt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee, doch niet voor de walvisvaart; 18.. Sportvissersschjp:een zeeschip, niet zijnde een vissersschip noch een pleziervaartuig, dat bestemd is of gebruikt wordt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen die op zee de sportvisserij beoefenen; 19.. Oorlogsschip: een zeeschip dat ten behoeve van Koninklijke Marine of de marine van een vreemde mogendheid wordt gebezigd, waarover een militair der zeemacht het bevel voert en dat geheel of gedeeltelijk met militairen is bemand, mits geen lading wordt gelost en/of ingenomen; een zeeschip dat ter bevoorrading dient van de Nederlandse krijgsmacht of van een vreemde mogendheid, mits de behandeling van de goederen in de haven en de doorvoer daarvan naar de plaats van bestemming uitsluitend door militairen geschiedt. 20.. Ballast: vaste en vloeibare stoffen - water voor landbouwdoeleinden, industrieel gebruik of menselijke consumptie en andere goederen met handelswaarde hieronder niet begrepen - welke inneming in het zeeschip uitsluitend geschiedt of is geschied ter verhoging van de stabiliteit van het zeeschip of ter verlaging van zijn hoogste punt boven de waterspiegel; 21.. Lading: alle door een zeeschip geloste en ingenomen goederen en verpakkingsmateriaal, containers, trailers, lash-bakken, met uitzondering van ballast, brandstof, proviand en andere voor eigen gebruik bestemde scheepsbenodigdheden, alsmede de handbagage van een passagier, voor zover deze met de passagier op hetzelfde schip wordt vervoerd; 22.. Container: een laadkist als omschreven in de aanbeveling ISO 688-1979 als Series 1 freight containers van de International Organization for Standardization voor zover de lengte ten minste 6.055 meter bedraagt; 23.. Ruwe aardolie: ruwe aardolie en ruwe oliën uit bitumineuze mineralen als bedoeld onder nr. 27.09 van de gecombineerde normenclatuur, bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2658/87, Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen L 256 van 7 september 1987, zoals dit nadien is gewijzigd; 24.. Bunkeren: het door een zeeschip innemen van brandstof voor eigen gebruik; 25.. Ton: een massa van 1000 kilogram; 26.. Gebruik van de haven: het in artikel 1 bedoelde gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentewateren of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of onderhoud zijn; 27.. Havenmeester: de havenmeester van de gemeente Beverwijk of diens plaatsvervanger; 28.. Inspecteur: de krachtens besluit van het college van burgemeester en wethouders benoemd tot de gemeenteambtenaar, belast met de heffing van de zeehavengelden; 29.. Tabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deeluitmakende tarieventabel; 30.. Termijn: een in de tarieventabel genoemde tijdsduur waarin het gebruik van de haven plaatsvindt met dien verstande dat, indien het schip gedurende die tijdsduur verstrekt en weer terugkeert, een nieuwe termijn begint; 31.. Week: een tijdvak van zeven aaneengesloten dagen; 32.. Kwartaal: een tijdvak van drie aaneengesloten kalendermaanden; 33.. Jaar: onder een jaar wordt een kalenderjaar verstaan 34.. Bijlegtarief: dit tarief is alléén van toepassing indien er géén lading wordt gelost of ingenomen; 35.. Deelladingtarief: dit tarief is alléén van toepassing indien er een deellading wordt gelost of ingenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel