**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet werk en bijstand;
zorgbehoefte: het vanwege ziekte blijvend niet in staat zijn een huishouden te voeren, omdat hij dagelijks aangewezen is op intensieve zorg van anderen dan wel aanspraak kan maken op een plaats in een AWBZ-instelling, maar daarvan heeft afgezien of daarvoor nog op een wachtlijst staat.
woning: een woning, een woonwagen en een woonschip;
woonkosten: 1. indien een huurwoning wordt bewoond, de op de aanvangsdatum van het berekeningsjaar per maand geldende huurprijs als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag; 2. indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten, zoals: de rioolrechten, de onroerendezaakbelasting, de brand/ opstalverzekering voor de eigen woning, watersysteemheffing gebouwd en noodzakelijke onderhoudslasten;
overige woonkosten: kosten die noodzakelijkerwijs voortvloeien uit het bewonen van een woning, waaronder ten minste worden verstaan de kosten van belastingen, heffingen en verzekeringen verbonden aan de woning en kosten van vaste lasten, zoals de vastrechtkosten voor levering van gas, elektriciteit en water;
netto minimumloon: het minimumloon per maand, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag, verhoogd met aanspraak op vakantiebijslag waarop een werknemer op grond van artikel 15 van die wet over dat minimumloon ten minste aanspraak kan maken, na aftrek van de daarvan in te houden loonbelasting en premies volksverzekeringen.
**2..** Voor zover niet anders is bepaald, worden begrippen in deze verordening gebruikt in dezelfde betekenis als in de wet en de Algemene wet bestuursrecht.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
Begripsomschrijving
Onderdeel van Toeslagen- en verlagingsverordening wet werk en bijstand