**1..** De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag indien de
alleenstaande of de alleenstaande ouder hogere algemeen
noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de
bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het niet kunnen delen van
deze kosten met een ander.
**2..** De toeslag bedoeld in het eerste lid bedraagt 20% voor de
alleenstaande of de alleenstaande ouder in wiens woning geen ander
zijn hoofdverblijf heeft.
**3..** De toeslag bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de alleenstaande
of alleenstaande ouder in wiens woning uitsluitend inwonende
kinderen verblijven:
20% indien geen van deze kinderen een inkomen heeft gelijk
aan of hoger dan de norm van een alleenstaande.
14%, indien tenminste één kind een inkomen heeft gelijk aan
of hoger dan de norm van een alleenstaande.
**4..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt 5%, indien de
alleenstaande of de alleenstaande ouder inwoont bij de ouder(s) of
verblijft in een instelling van maatschappelijke opvang.
**5..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de
alleenstaande en de alleenstaande ouder op wie het tweede, derde en
vierde lid niet van toepassing is:
14%, indien een zakelijke overeenkomst inzake het gebruik
van de woning wordt aangetoond;
5%, indien geen zakelijke overeenkomst inzake het gebruik
van de woning wordt aangetoond.
**6..** ln afwijking van het bepaalde in het derde, vierde en vijfde lid,
bedraagt de toeslag als bedoeld in het eerste lid 20% voor de
alleenstaande en de alleenstaande ouder die een in zijn woning
verblijvende hulpbehoevende verpleegt of verzorgt, dan wel die zelf
hulpbehoevend is.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Toeslagen alleenstaande en alleenstaande ouders
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand gemeente Nuenen c.a. 2012 (2004)