Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 6.

Draagkracht

Onderdeel van Regeling Bijzondere Bijstand gemeente Vught

1.. Onder draagkracht wordt verstaan: de middelen en het inko­men voor zover dat meer bedraagt dan de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm; het vermogen voor zover dat meer bedraagt dan de helft van het voor belanghebbende vrij te laten vermogen, als bedoeld in artikel 34, derde lid, sub a, b of c van de wet; een saldo, ter hoogte van 1 maal de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm, op de lopende rekening in verband met lopende uitgaven, zoals opgenomen in beleidslijn B019 van het handboek Schulinck, wordt niet tot vermogen gerekend. 2.. Bij regelmatige inkomsten is het inkomen in de maand voorafgaand aan de maand van aanvraag bepalend. Bij onregelmatige inkomsten is het gemiddelde inkomen in de drie maanden voorafgaand aan de maand van aanvraag bepalend. 3.. Voor de berekening van de draagkracht wordt het inkomen voorts verminderd met: voor eigen rekening blijvende bijzondere noodzakelijke kosten; voor eigen rekening blijvende buitengewone uitgaven, zoals: ten laste van belanghebbende blijvende noodzakelijke extra uitgaven in verband met de uitoefening van bedrijf of be­roep; feitelijke betalingen voor levensonderhoud ten behoeve van een niet in het gezinsverband levende echtgenoot of kinderen tot 21 jaar, alsmede ten behoeve van de gewezen echtge­noot. 4.. Bij de vaststelling van de draagkracht kan rekening worden gehouden met gewijzigde omstandigheden, die binnen de vastgestelde jaardraagkrachtperiode optreden. Gewijzigde omstandigheden kunnen aanleiding geven de berekende draagkracht tussentijds te herzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel