Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 14.

Bijzondere bijstand als geldlening

Onderdeel van Regeling Bijzondere Bijstand gemeente Vught

1.. Bijstandsverlening ter voorziening in de aanschaf van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen kan worden verleend in de vorm van een geldlening, indien geen gebruik gemaakt kan worden van een voorliggende voorziening, zijnde een lening via een commerciële kredietverlenende instelling cq. de gemeentelijke Kredietbank. Bijstandsverlening ter overbrugging van de periode tot aan de eerste reguliere betaalbaarstelling bij aanvang van een uitkering voor levensonderhoud kan worden verleend in de vorm van een geldlening. 2.. De hoogte van de aflossing van de geldlening wordt zodanig vastgesteld dat men minimaal blijft beschikken over 90% van de voor de betrokkene geldende bijstandsnorm, inclusief vakantiegeld. 3.. Ten aanzien van personen, die een inkomen hebben boven de voor hen geldende bijstandsnorm wordt dat meerdere - met inachtneming van artikel 6 en artikel 7 van deze regeling - voor 100% in de aflossing betrokken. 4.. De hoogte van de aflossing wordt jaarlijks herzien, indien de financiële positie van de betrokkene daartoe aanleiding geeft. 5.. Indien een geldlening is verstrekt in het kader van de Wet Werk en Bijstand wordt na aflossing van 36 termijnen overeenkomstig de bij individuele beschikking vastgestelde aflossingsbedrag, het restant van de lening omgezet in een bedrag om niet. 6.. Indien bijstandsverlening voor (aflossing van) een geldlening het gevolg is van onvoldoende besef van verantwoordelijkheid wordt de bijstand daarop afgestemd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel