Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 4.

Voorliggende voorzieningen

Onderdeel van Regeling Bijzondere Bijstand gemeente Vught

1.. Als een voorliggende voorziening zoals bedoeld in artikel 1 van deze regeling wordt in ieder geval begrepen: een voorziening op grond van de Zorgverzekeringswet en aanverwante regelingen, waaronder ook begrepen aanspraken op grond van een aanvullende zorgverzekering voor zover er sprake is van voorzienbare bijzondere bestaanskosten en het van een belanghebbende ook redelijkerwijs gevergd kan worden dat voor deze kosten een aanvullende zorgverzekering wordt afgesloten; een voorziening op grond van de WLZ en daarop gebaseerde regelingen; de collectieve aanvullende verzekering voor minima van zorgverzekeraars VGZ of CZ; een lening bij een commerciële bank of bij een gemeentelijke Kredietbank; een schuldhulpverleningstraject; een uitvaart-, levens- of ongevallenverzekering; een overlijdensuitkering krachtens een sociale zekerheidswet; een nalatenschap; een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (de Wmo); gesubsidieerde rechtsbijstand op grond van de Wet op de rechtsbijstand via het Juridisch Loket; Een opleiding of studie als bedoeld in de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) of de Wet Studiefinanciering (WSF 2000), welke opleiding of studie op de peildatum wordt gevolgd of in de referteperiode is genoten. 2.. Het eerste lid, sub d. is niet van toepassing op belanghebbenden van AOW gerechtigde leeftijd. 3.. Voor kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk zijn aangemerkt, wordt geen bijzondere bijstand verstrekt, tenzij: sprake is van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16 van de wet; in deze regeling voor specifieke kosten buitenwettelijk begunstigend beleid is geformuleerd.

Rechtspraak bij dit artikel