Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 36

Schadevergoeding

Onderdeel van Erfgoedverordening Gemeente Bladel 2012

1.   Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie staat tot: de weigering van het bevoegd gezag een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9, artikel 18 en artikel 23 te verlenen; de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9, artikel 18 en artikel 23; de nadere regels door het college gesteld als bedoeld in artikel 9, lid 3 en artikel 18 lid 2; een aanwijzing als bedoeld in artikel 20, lid 2; 2.   Voor de behandeling van de verzoeken zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. 3.   Schade blijft in elk geval voor rekening van de aanvrager voor zover: hij het risico van het ontstaan van de schade heeft aanvaard; hij de schade had kunnen beperken door binnen redelijke grenzen maatregelen te nemen, die tot voorkoming of vermindering van de schade had kunnen leiden; de schade anderszins het gevolg is van een omstandigheid die aan de aanvrager kan worden toegerekend; of de vergoeding van de schade anderszins is verzekerd. 4.   Indien een schadeveroorzakende gebeurtenis als bedoeld in het eerste lid tevens voordeel voor de benadeelde heeft opgeleverd, wordt dit bij de vaststelling van te vergoeden schade in aanmerking genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel