Het verbod als bedoeld in artikel 4.8, eerste lid, en het gestelde in artikel 4.8, tweede lid, van de Regionale havenverordening Noordzeekanaalgebied 2012, geldt niet voor kotters, onder voorwaarde dat er voldoende beveiligingsmaatregelen zijn getroffen die oliemorsingen als gevolg van overvulling voorkomen en dat het bunkeren ook overigens op milieuverantwoorde wijze geschiedt.
De bunkerchecklist wordt door de vertegenwoordiger van het bunkerschip zoveel als mogelijk ingevuld en getekend.