Het is verboden zonder vergunning van het college houtopstand te vellen of te laten vellen.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:
wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;
vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;
fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;
kweekgoed;
houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;
houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:
? ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are,
? ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan twintig bomen, gerekend over het totale aantal rijen;
houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:16a.
houtopstand, waarvan de gemeente de eigenaresse of de rechthebbende is, wanneer het vellen tot doel heeft een houtopstand te vervangen door nieuwe aanplant;
houtopstand in tuinen of erven behorende bij woningen waarvan de stamdiameter niet groter is dan 25 centimeter (ofwel de stamomtrek niet groter is dan 80 centimeter), gemeten op een hoogte van 130 centimeter boven het maaiveld.
Hoofdstuk 4. › Afdeling 3.
Artikel 4:12
Kapverbod
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Vlissingen 2009