1.In dit artikel wordt verstaan onder:
wet:
de Wet op de kansspelen;
speelautomaat:
automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van
de wet;
kansspelautomaat:
automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van
de wet;
hoogdrempelige inrichting:
inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d,
van de wet;
laagdrempelige inrichting:
inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e,
van de wet.
In hoogdrempelige inrichtingen zijn drie speelautomaten
toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.
In laagdrempelige inrichtingen zijn drie speelautomaten
toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het
geheel niet zijn toegestaan.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 10.
Artikel 2:43
Speelautomaten
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Vlissingen 2009