Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 11.

Artikel 2:51

Verboden drank- en softdrugsgebruik

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Vlissingen 2009

1.. Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied: alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben; drank in glazen met zich te voeren of bij zich te hebben; anderszins dan verpakt, glazen bij zich te hebben, tenzij met het kennelijk en uitsluitend oogmerk van vervoer. 2.. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:23, eerste lid, onder c; de plaats, niet zijnde een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35, tweede lid, van de Drank- en Horecawet. 3.. Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied softdrugs te gebruiken of openlijk voorhanden te hebben. 4.. Onder softdrugs worden verstaan: de middelen, genoemd in lijst II, onderdeel b, behorende bij de Opiumwet. 5.. Het verbod in het derde lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Opiumwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel