a.
besluit:
het Besluit algemene regels voor inrichtingen
milieubeheer;
b.
inrichting:
een inrichting type A of B als bedoeld in het
besluit;
c.
houder van een inrichting:
degene die als eigenaar, leidinggevende of
anderszins een in-richting drijft;
d.
openbare inrichting:
een openbare inrichting als bedoeld in artikel
2:23;
e.
sportinrichting:
inrichting waarbij uitsluitend of in hoofdzaak
sprake is van een of meer voorzieningen of
installaties voor het in de open lucht of in een
besloten ruimte beoefenen van sport in
wedstrijdverband, ter voorbereiding van
wedstrijden of voor recreatieve doelein-den;
f.
recreatie-inrichting:
inrichting waarbij uitsluitend of in hoofdzaak
sprake is van:
• een gelegenheid tot zwemmen of baden,
• een of meer voorzieningen voor het in een
besloten ruimte dansen of geven van
dansonderricht,
• het in een besloten ruimte onderrichten van
muziek of toneel, het oefenen of houden van
muziek-, toneel- of daarmee ver-wante
uitvoeringen,
• het in een besloten ruimte vertonen van films,
houden van presentaties, vergaderingen of
congressen,
• het tentoonstellen van gebruiksvoorwerpen of
voortbrengsels van kunst, cultuur of
wetenschap,
• het in de open lucht vertonen van films,
houden van muziek-, toneel of daarmee verwante
uitvoeringen,
• het bieden van gelegenheid tot het deelnemen
aan kansspe-len of om mee te dingen naar prijzen
of premies door enige kansbepaling;
• het gebruiken van speelautomaten;
• het bieden van recreatief dagverblijf of
• het aanwezig zijn van een of meer
voorzieningen voor re-creatieve doeleinden, het
bieden van recreatief nachtverblijf in
vakantiewoningen, trekkershutten of op
kampeerterreinen.
g.
collectieve festiviteit:
festiviteit die niet specifiek aan één of een
klein aantal inrichtin-gen is verbonden;
h.
incidentele festiviteit:
festiviteit of activiteit die gebonden is aan
één of een klein aantal inrichtingen,
Hoofdstuk 4. › Afdeling 1.
Artikel 4:1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Vlissingen 2009