De norm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder met zijn ten
laste komende kinderen in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf
heeft en dientengevolge de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan
niet kan delen, wordt verhoogd met een toeslag, die is bepaald op het in
artikel 25, lid 2, van de wet genoemde maximumbedrag behoudens het
bepaalde in artikel 6, lid 1, artikel 7 en artikel 8 van deze
verordening.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.
Alleenwonende alleenstaande (ouder)
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2012 - 2