Geen toeslag wordt verleend aan de schoolverlater gedurende een
periode van een half jaar na beëindiging van het onderwijs of de
beroepsopleiding waarbij aanspraak bestond op studiefinanciering
op grond van de Wet studiefinanciering 2000 dan wel een
tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming
onderwijsbijdrage en schoolkosten.
Indien één van de gehuwden schoolverlater is, wordt de norm voor
gehuwden verlaagd met de helft van het in artikel 25, lid 2, van
de wet genoemde maximumbedrag gedurende een periode van een half
jaar na beëindiging van het onderwijs of de beroepsopleiding
waarbij aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de
Wet studiefinanciering 2000 dan wel een tegemoetkoming op grond
van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
Indien beide gehuwden tegelijkertijd schoolverlater zijn, wordt
de norm voor gehuwden verlaagd met het in artikel 25, lid 2, van
de wet genoemde maximumbedrag.
Lid 2 is niet van toepassing, indien één van de gehuwden geen
recht op algemene bijstand heeft en de rechthebbende partner 21
of 22 jaar is en geen ten laste komende kinderen heeft.
De periode als bedoeld in lid 1 en lid 2 vangt aan met ingang
van de eerste dag van de maand volgend op die waarin geen
aanspraak meer bestaat op studiefinanciering dan wel een
tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten.
Hoofdstuk 4.
Artikel 7.
Schoolverlaters
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2012 - 2