Naar hoofdinhoud

Artikel 4:

Artikel 4:

Onderdeel van Verordening Woonlastenfonds Almere 2012

1.. De hoogte van de bijdrage op maandbasis is gelijk aan de som van de twee navolgende bedragen: het bedrag gelijk aan het percentage van 25% van de rekenhuur, waarover, met toepassing van artikel 21, eerste lid en onder b van de wet voor 75% huurtoeslag wordt verstrekt; het bedrag gelijk aan het percentage van 50% van de rekenhuur, waarover, met toepassing van artikel 21, eerste lid en onder c van de wet voor 50% huurtoeslag wordt verstrekt, er van uitgaande dat wordt voldaan aan de in artikel 21, eerste lid en onder c van de wet gestelde eisen. 2.. Bij de toepassing van het eerste lid wordt uitgegaan van de rekenhuur en huurtoeslag zoals van toepassing in het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag voor een bijdrage uit het woonlastenfonds wordt gedaan. 3.. De uitkomst van de berekening op grond van het eerste lid dient minimaal uit te komen op een bedrag van 10 euro per maand en maximaal op een bedrag van 40 euro per maand en vervolgens wordt zij vermenigvuldigd met een factor 0,6. 4.. De raad beoordeelt jaarlijks of het noodzakelijk is dat de factor als bedoeld in het derde lid wordt aangepast. 5.. De uitkomst van de berekening in lid 3 wordt herleid tot een bedrag voor het gehele bijdragetijdvak dan wel tot een bedrag naar rato van het aantal maanden dat het huishouden in het bijdragetijdvak in Almere heeft gewoond. 6.. De bijdrage wordt in één keer uitbetaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel