**1..** Het college kan op een daartoe strekkend verzoek een vergunning
verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of
parkeerapparatuurplaatsen.
**2a..** Een vergunning kan worden verleend aan:
I. de eigenaar of houder van een motorvoertuig, die woont binnen het
gereguleerde parkeergebied.
II. een bedrijf dat is gevestigd binnen het gereguleerde
parkeergebied.
III. de houders van een hotel of pension, dat is gevestigd binnen
een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door
vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig
zijn, ten behoeve van hun gasten.
IV. marktkooplieden waaraan een standplaats op de weekmarkt is
verleend of een wekelijkse standplaats binnen het gereguleerde
parkeergebied is toegewezen op zaterdag als bedoeld in de
Marktverordening Vlissingen 2005.
**2b..** Per huishouden kan maximaal per kalenderjaar over vijf sets
dagkraskaarten en drie sets kraskaarten met beperkte parkeerduur
worden beschikt, welke kraskaarten het mogelijk maken om te parkeren
op belanghebbendenplaatsen, zonder te voldoen aan de onder I en II
van onderdeel a gestelde voorwaarden.
(gewijz. rdbs. 22-10-2009, nr. 8.1)
**3..** De eigenaar of houder van een motorvoertuig die voldoet aan de in
het tweede lid, onderdeel a, onder I en II gestelde voorwaarden
wordt, voor wat betreft de eerste aangevraagde vergunning, geacht te
beantwoorden aan de in onderdeel a onder I genoemde
voorwaarde.(gewijz. rdbs. 22-10-2009, nr. 8.1)
**4..** Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen
aan:
eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet voldoen
aan één van de in het tweede lid genoemde voorwaarden.
bewoners van belanghebbendengebieden, geen eigenaar of
houder van een motorvoertuig.
een bedrijf dat is gevestigd binnen het gereguleerde
parkeergebied ten behoeve van het woon-werkverkeer van haar
directie of personeelsleden.
(gewijz. rdsb. 25/5/2000; 2-2(55); 22-10-2009, nr. 8.1)
**5..** Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.
**6..** Het college kan aan een vergunning ook andere voorschriften en
beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen
alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede
verdeling van de beschikbare parkeerruimte.
(gewijz. rb. 23/7/98;2-1(113)