Naar hoofdinhoud
Dit reglement wordt aangehaald als “Privacyreglement e-mail en internetgebruik gemeente Vlissingen” De verantwoordelijke stelt dit privacyreglement vooraf ter beschikking aan alle medewerkers die, direct of indirect, de beschikking krijgen over elektronische communicatiemiddelen. Dit privacyreglement treedt in werking op 1 januari 2009. De verantwoordelijke en de ondernemingsraad evalueren dit privacyreglement tweejaarlijks en wel voor de eerste keer per 1 januari 2011. Aldus vastgesteld op 22 juli 2008. Burgemeester en wethouders van Vlissingen, de secretaris, de burgemeester, mr. C.M.de Graaf, l.s. drs. W.J.A. Dijkstra Algemene toelichting Binnen de gemeente Vlissingen wordt veel gebruikgemaakt van e-mail en internet. Om het gebruik van e-mail en internet in goede banen te leiden, kunnen gedragscodes en gebruiksregels worden opgesteld die door middel van controle worden gehandhaafd. Uit recent onderzoek naar vijf jaar rechtspraak over e-mail- of internetmisbruik blijkt dat de aanwezigheid van een gedragscode zeer relevant is. Het is voor de gemeente dan ook zaak daarover een duidelijk beleid te voeren. Elektronische controle van computergebruik raakt echter het terrein van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de medewerker. Op het controleren van het gebruik van e-mail en internet op de werkplek is daarom de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) van toepassing die op 1 september 2001 in werking is getreden. Het controleren van e-mail- en internetgebruik is een zogenaamd personeelvolgsysteem. Voor de invoering van een personeelvolgsysteem en een privacyreglement is op grond van artikel 27, eerste lid, onder k en l, van de Wet op de ondernemingsraden, de instemming van de ondernemingsraad (OR) vereist. Dit geldt ook voor een eventuele latere wijziging of bij intrekking van het reglement. Na instemming van de OR kan het reglement op de voor gemeenten gebruikelijke wijze worden vastgesteld en ingevoerd. Een verantwoordelijke is verplicht om de verwerking van persoonsgegevens te melden bij het College bescherming persoonsgegevens (Cbp) voordat hij begint met de verwerking. In het zogenaamde Vrijstellingsbesluit staan eisen geformuleerd waaraan de verwerkingen moeten voldoen, wil de vrijstelling van de meldingsverplichting daadwerkelijk gelden. Op basis van het Vrijstellingsbesluit valt controle op het gebruik van e-mail en internet onder de vrijstelling mits voldaan wordt aan de vereisten van het Vrijstellingsbesluit. Deze vereisten houden in dat geen andere persoonsgegevens worden verwerkt dan: gegevens ten behoeve van identificatie van en communicatie (username en toegangscode) met de gebruikers binnen het netwerk; gegevens met betrekking tot bevoegdheden van de gebruikers en de netwerkbeheerders met het oog op de aangeboden faciliteiten en diensten van het netwerk; gegevens met betrekking tot de verrichtingen van de gebruikers en netwerkbeheerders en gegevens met betrekking tot elektronische berichten van of voor de gebruikers. Daarnaast geldt dat de persoonsgegevens slechts worden verstrekt aan degenen die belast zijn met de interne controle en beveiliging (de doeleinden van de verwerking), met dien verstande dat verstrekking aan derden slechts geschiedt met het oog op het behandelen van geschillen. Bovendien dienen de persoonsgegevens uiterlijk zes maanden nadat ze zijn verkregen te worden verwijderd. Ten slotte geldt dat de OR aan de controle instemming heeft verleend. Het privacyreglement is qua opzet conform de Raamregeling van het Cbp. Tevens is het aangepast aan de actuele ontwikkelingen en relevante jurisprudentie. Het Cbp heeft aangegeven dat naar zijn oordeel het privacyreglement in overeenstemming is met het rapport Goed werken in netwerken van het Cbp en de daarin opgenomen vuistregels voor controle op het gebruik van e-mail en internet van werknemers en daarom niet strijdig is met de huidige privacywetgeving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel