Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Instellen van het onderzoek en onderzoekscommissie

Onderdeel van Verordening recht van enquete gemeenteraad Vlissingen 2007

1.. De gemeenteraad kan op voorstel van een of meer van zijn leden een onderzoek naar het door het college of de burgemeester gevoerde bestuur instellen. 2.. Het besluit tot het instellen van een onderzoek omvat een omschrijving van het onderwerp van het onderzoek, alsmede een toelichting. 3.. De uitvoering van dit besluit wordt opgedragen aan hetzij een reeds door de gemeenteraad ingestelde onderzoekscommissie, hetzij aan een daartoe in te stellen onderzoekscommissie. Benoeming van de leden van de onderzoekscommissie geschiedt in ieder geval binnen één maand na het besluit tot het instellen van een onderzoek zoals bedoeld in lid 1. 4.. De in het vorige lid bedoelde onderzoekscommissie bestaat uit ten minste drie en bij voorkeur uit vijf leden van de raad, waarbij de in de raad vertegenwoordigde groeperingen evenwichtig in de onderzoekscommissie worden vertegenwoordigd. 5.. De leden van de onderzoekscommissie kiezen uit hun midden een voorzitter en een plaatsvervangende voorzitter. 6.. Leden van de raad die middellijk dan wel onmiddellijk bij het onderwerp van het onderzoek, zoals bedoeld in het tweede lid van dit artikel, betrokken zijn c.q. zijn geweest, kunnen niet worden benoemd als lid van een ter uitvoering van dit onderzoek in te stellen c.q. ingestelde onderzoekscommissie. 7.. De omschrijving als genoemd in het tweede lid kan hangende het onderzoek al dan niet op verzoek van de onderzoekscommissie die het onderzoek verricht, door de gemeenteraad worden gewijzigd. 8.. De onderzoekscommissie kan geen van de bevoegdheden, haar bij deze verordening of Gemeentewet verleend, uitoefenen, indien ten minste drie van haar leden aanwezig zijn.

Rechtspraak bij dit artikel