**1..** Bevordering tot de uitloopschaal vindt plaats als de ambtenaar:
een bepaald aantal jaren het maximumsalaris van de functieschaal heeft genoten en gedurende deze tijd:
zijn functie volledig heeft vervuld en
voor wat betreft de functievervulling in opvallende mate is uitgegaan boven de hieraan gestelde eisen.
**2..** Geen uitloopschaal is verbonden aan de functies ingedeeld in de schalen 1 t/m 4 en boven 11a.
**3..** De in het eerste lid, sub a, bedoelde termijn bedraagt vijf jaar, met uitzondering van die geldende voor hen die worden bezoldigd in functieschaal 5. Voor hen wordt de termijn gesteld op zeven jaar.
**4..** De uitloopperiodieken genoemd bij de functieschalen 1 t/m 5 worden toegekend vijf, zes en zeven jaar nadat het maximum van de functieschaal is bereikt.
**5..** Het gestelde in het eerste lid, sub b, wordt bepaald aan de hand van de onder artikel 2, vierde lid, bedoelde beoordeling.
**6..** Op grond van uitzonderlijke prestaties of als de ambtenaar is voorbestemd om binnen afzienbare tijd een hoger gewaardeerde functie te gaan vervullen en dit schriftelijk is vastgelegd, kan de in het derde lid bedoelde termijn worden ingekort. De verkorting bedraagt nooit meer dan de helft van de genoemde termijnen.
Artikel 5
Bevordering tot de uitloopschaal
Onderdeel van Regeling bezoldigingsbeleid Vlissingen 1995