**1.** De burgemeester kan de vergunning intrekken indien:
a. de gegevens, die met het oog op de verkrijging van de vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijkt, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
b. de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie ontstaat als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a. van deze verordening;
c. gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;
d. de exploitatie van een speelautomatenhal op grond van een besluit van de ondernemer voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken;
e. het Certificaat Amusementscentra (DEKRA certificaat) wordt verloren door de ondernemer;
f. binnen 3 jaar, na verlening van de vergunning, geen begin is gemaakt met de exploitatie van de speelautomatenhal.
**2.** Intrekking van de vergunning geschiedt niet, spoedeisende gevallen uitgezonderd, voordat de vergunninghouder bij aangetekende brief van dit voornemen in kennis is gesteld. Daarbij wordt hem medegedeeld, dat hij in de gelegenheid wordt gesteld om in persoon of bij gemachtigde door de burgemeester of een door dezen aangewezen ambtenaar te worden gehoord.