**1.** Indien de vergunningaanvraag niet voldoet aan de in artikel 3 gestelde eisen, wordt de aanvrager van de vergunning in de gelegenheid gesteld binnen een door de burgemeester gestelde termijn, nadat hem dit is medegedeeld, de aanvraag aan te vullen of te verbeteren.
**2.** Indien de vergunningaanvrager van de in het vorige lid bedoelde gelegenheid geen gebruik maakt, zal de burgemeester de aanvrager in zijn aanvraag niet-ontvankelijk verklaren.