Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 10

Indeling in categorieën

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2012

Gedragingen van belanghebbenden waardoor de verplichting op grond van artikel 9 van de WWB of artikel 37 van de IOAW en IOAZ niet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: 1. Eerste categorie: a. het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij UWV WERKbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; b. het niet ondertekenen of het niet aan burgemeester en wethouders verstrekken van de bijlage bij het besluit tot toekenning of voortzetting van de bijstand. 2. Tweede categorie: a. het in de periode voorafgaand aan de bijstandverlening en/of tijdens de bijstandverlening niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden; b. gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren; c. het indienen van een aanvraag door een alleenstaande (ouder), jonger dan 27 jaar en gehuwden waarvan beide echtgenoten jonger dan 27 jaar zijn, binnen vier weken na de melding, als bedoeld in artikel 41, vierde lid, WWB; d. het niet of in onvoldoende mate gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b WWB of artikel 37, eerste lid, onder e IOAW of IOAZ voorzover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of voortijdige beëindiging van het traject. e. het niet naar vermogen verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten als tegenprestatie in de zin van artikel 9, eerste lid, sub c WWB of artikel 37, eerste lid, onder f IOAW of IOAZ; f. het niet of in onvoldoende mate gebruik maken van de door het college aangeboden onbeloonde additionele werkzaamheden als bedoeld in artikel 10a van de wet alsmede andere vormen van sociaal activering. 3. Derde categorie: a. het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; b. het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; c. houding en gedragingen van een meerderjarig persoon jonger dan 27 jaar, waaruit blijkt dat deze zich gedurende de eerste vier weken na melding onvoldoende heeft ingespannen om zelf werk te vinden, als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, WWB; d. het niet of in onvoldoende mate gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b WWB of artikel 37, eerste lid, onder e IOAW of IOAZ voorzover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of voortijdige beëindiging van het traject; e. intrekking van de ontheffing van de sollicitatieplicht bij een alleenstaande ouder aan wie toepassing van artikel 9a, eerste lid, WWB is gegeven en waarbij uit houding en gedrag ondubbelzinnig blijkt, dat de opgelegde verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, sub b, WWB niet worden nagekomen; f. het niet dan wel onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van het plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a WWB.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel