Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Langdurig, laag inkomen

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag WWB Zaanstad 2013

1.. Onder een langdurig, laag inkomen wordt verstaan een inkomen, dat: gedurende de referteperiode per kalenderjaar niet meer bedroeg dan maximaal 110% van de voor belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm; als een deel van de referteperiode een gedeelte van een kalenderjaar betreft, mag het gemiddelde inkomen over deze periode niet meer bedragen dan maximaal 110% van de voor belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm over die periode. 2.. Ten aanzien van perioden, waarin een belanghebbende is uitgesloten van het recht op bijstand, wordt een belanghebbende voor de toepassing van het eerste lid geacht minimaal een inkomen te hebben gehad van 100% van de voor belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm. 3.. Ten aanzien van perioden, waarin bij gehuwden één echtgenoot is uitgesloten van het recht op bijstand, worden zij voor de toepassing van het eerste lid geacht minimaal een inkomen te hebben ter hoogte van 100% van de gezinsnorm.

Rechtspraak bij dit artikel