Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening precariobelasting Leeuwarden 2012

De belasting wordt niet geheven voor: voorwerpen, werken of inrichtingen die aan de gemeente toebe­horen of bij haar in gebruik zijn; voorwerpen of werken, welke door of vanwege het Rijk, de provincie en waterschap voor de uitoefening van hun publiek­rechte­lijke taak, zijn aangebracht of ge­plaatst; het gebruik van openbare gemeentegrond ten behoe­ve van bouw­werken, welke voor rekening van de gemeente worden gebouwd, verbouwd of hersteld en door haar worden of zullen worden gebruikt; het gebruik van de openbare gemeentegrond ten behoeve van de bouw en verbouwing van woningen en woongebou­wen, welke in opdracht van de toegelaten instellingen als bedoeld in hoofd­stuk V van de Woningwet, door of in opdracht van de gemeente of van rechtspersoonlijk­heid bezittende lichamen werkzaam op het gebied van de res­tauratie en re­novatie, waar de gemeente in deel­neemt, worden uitgevoerd; versieringen en verlichting, aangebracht ter gelegen­heid van nationale of plaatselijke fees­ten, winkelwe­ken en dergelij­ke; wegwijzers en verkeersaanwij­zingen van de ANWB en van andere overeenkomstige instellin­gen; halteborden welke op de route van openba­re vervoersbedrijven zijn geplaatst; borden, masten, palen e.d., wel­ke in verband met de verkiezingen van publiek­rechtelijke licha­men zijn aangebracht; kelderingangen, licht- en luchtopeningen en/of stoep­treden, welke in en/of op aan de ge­meente om niet of tegen beta­ling van ten hoogste € 1,00 afgestane grond aanwezig waren op het tijd­stip van overdracht; een onverlicht naambord boven de openbare gemeen­tegrond, mits de grootste afme­ting niet meer bedraagt dan 0,60 m² en het bord niet meer ver­meldt dan de naam, het beroep of de aard van het be­drijf - eventueel aangevuld met enige zakelijke mede­delingen hierop betrekking hebbende, waarmede geen reclame wordt beoogd - van respectievelijk de persoon, instelling of onderneming, gevestigd in het perceel, waaraan het bord is aangebracht; lichtbakken, lichtornamenten of licht­punten, voor zover deze dienen voor gevel­verlich­ting; vlaggenstokken en vlaggen zonder reclame of handels­naam; buizen in de grond tot lozing van fecaliën, van huishoud- en hemelwater, voor zover aangeslo­ten op de open­bare riole­ring; luifels en overdekkingen, behorende bij win­kelcen­tra; voorwerpen of werken, welke in een uitslui­tend alge­meen belang voorzien, of welke uitslui­tend worden gebe­zigd voor weldadige doel­einden; voorzieningen, aangebracht ten behoeve van mindervaliden voor zolang het gebruik door de aanvrager duurt; geleidingen ten behoeve van wijk- of blok­verwar­mings­systemen (wijkvoorzieningen); voorwerpen of werken, waarvoor krachtens een ande­re gemeentelijke heffingsverordening reeds rechten zijn ver­schuldigd.

Rechtspraak bij dit artikel