**1..** Een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 6, lid 1, moet worden ingediend bij het college en moet de volgende gegevens bevatten:
een kaartje waarop de exacte plangebiedbegrenzing voor de ontwikkeling staat aangegeven, bij voorkeur een kadastrale tekening met alle percelen die betrokken worden in de aanvraag voor een vergunning ontheffing of planrealisatie;
de aard van de ontwikkeling: sloop en nieuwbouw, nieuwbouw op onbebouwd terrein of gedeeltelijke sloop en gedeeltelijke nieuwbouw;
de oppervlakte van het totale plangebied en de oppervlakte van totaal te bebouwen gebied. De eerste maat is de maat van alle betrokken perceelsnummers en de tweede maat is de maat van de locatie waar de verstoorder voornemens is te gaan bouwen of anderszins te ontwikkelen;
de reële diepte van de voorgenomen verstoring. De verstoorder dient bij schatting deze aan te geven in meters onder maaiveld en geeft deze ook aan bij ingrepen die alleen bovengronds verwacht worden. Deze kunnen van invloed zijn op het uiteindelijk te volgen onderzoekstraject;
de termijnen waarop de ontwikkeling gaat spelen, met andere woorden waar bevindt de verwachte verstoring zich in de procedure;
informatie over uitgevoerde bodemverstorende activiteiten of mogelijke belemmeringen bekend van het plangebied. Daarbij kan gedacht worden aan milieuverontreinigingen en/of reeds uitgevoerde saneringen.
**2..** Het college kan ter beoordeling van de aanvraag nadere gegevens van de aanvrager verlangen, waaronder een archeologische waardering, zoals opgenomen in een archeologisch vooronderzoek.
**3..** Uit de vergunningsaanvraag moet duidelijk blijken wat de bestaande en de door de aanvrager reëel gewenste situaties zijn.
**4..** Het college beslist op de aanvraag binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag.
**5..** Het college kan de in het vierde lid genoemde termijn van twaalf weken met ten hoogste zes weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis geeft binnen de in het eerste lid genoemde termijn van twaalf weken.
**6..** Bij het niet in behandeling nemen van de aanvraag vanwege onvolledigheid is artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het college kan hiertoe nadere regels geven met betrekking tot bescherming van de archeologische waarden.
**7..** In geval van een aanvraag om een vergunning vraagt het college advies aan de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg waar het bodemingrepen betreft.
HOOFDSTUK 2
Artikel 7
Vergunningaanvraag
Onderdeel van Archeologieverordening gemeente Baarle-Nassau