Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Gevallen waarin ambtshalve vermindering wordt verleend

Onderdeel van Beleidsregels ambtshalve vermindering Wet WOZ Leeuwarden 2014

Onverminderd het bepaalde in artikel 1, eerste lid, verleent de heffingsambtenaar uitsluitend ambtshalve vermindering in de in dit artikel bedoelde gevallen en als de in artikel 3, eerste lid, bedoelde afwijkende regeling daartoe aanleiding geeft. Als de waarde van een onroerende zaak had behoren te zijn vastgesteld op een bedrag dat tenminste 20% met een minimum van € 5.000,- lager is dan de te hoog vastgestelde waarde van die onroerende zaak, verleent de heffingsambtenaar ambtshalve vermindering voor het verschil tussen beide waarden, als: a. een bezwaarschrift niet-ontvankelijk wordt verklaard wegens het te laat indienen van het bezwaarschrift dan wel om andere redenen van formele aard, of b. hem dat ambtshalve uit enig feit blijkt. Als de waarde van de onroerende zaak had behoren te zijn vastgesteld op een bedrag dat tenminste de voor die onroerende zaak in artikel 26a van de Wet WOZ van toepassing zijnde marge, maar niet de in artikel 29a, tweede lid, van de Wet WOZ genoemde drempel overschrijdt, verleent de heffingsambtenaar slechts ambtshalve vermindering voor die onroerende zaak bij beschikking vast te stellen waarde voorzover artikel 29a, eerste lid, van de Wet WOZ toepassing vindt. De ambtshalve vermindering vindt plaats door vaststelling van een nieuwe waarde voor de onroerende zaak bij beschikking bedoeld in artikel 29a, eerste lid, van de Wet WOZ. Als de heffingsambtenaar toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in het derde lid, verleent de heffingsambtenaar, naast de gevallen bedoeld in het tweede lid, ook ambtshalve vermindering van de bij de in het derde lid bedoelde beschikking vastgestelde waarde en van de bij de oorspronkelijke, bij beschikking vastgestelde waarde als hem blijkt dat de waarde van de onroerende zaak bij de in het derde lid bedoelde beschikking had behoren te zijn vastgesteld op een bedrag dat tenminste 20% met een minimum van € 5.000,-, lager is dan de oorspronkelijke, bij beschikking vastgestelde waarde van die onroerende zaak. Het bedrag van de vermindering is voor de onderscheiden beschikkingen het verschil tussen de ambtshalve opnieuw vast te stellen waarde en de eerder bij deze beschikkingen vastgestelde waarde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel