De klachtenbehandelaar stelt de klager en degene op wiens
gedraging de klacht betrekking heeft in de gelegenheid te worden
gehoord.
Zowel de klager als degene op wiens gedraging de klacht
betrekking heeft, kunnen tot uiterlijk één week voor de
hoorzitting stukken indienen die van belang kunnen zijn voor de
afhandeling van de klacht.
Zowel de klager als degene op wiens gedraging de klacht
betrekking heeft, kunnen zich bij het horen door iemand van hun
keuze laten vergezellen of bijstaan.
De klachtenbehandelaar kan van het horen afzien indien de klacht
kennelijk ongegrond is dan wel indien de klager heeft verklaard
geen gebruik te willen maken van het recht te worden
gehoord.
De klachtenbehandelaar draagt zorg voor een verslag van het
horen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.
Hoor en wederhoor
Onderdeel van Verordening klachtenregeling gemeenteraad en griffie gemeente Bladel 2012