1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een openbare inrichting te exploiteren. De vergunning bestaat uit:
a. het exploiteren van de openbare inrichting en/of;
b. het in gebruik nemen van een openbare plaats voor een terras en/of;
c. het vaststellen van sluitingstijden voor een openbare inrichting of deen daarbij behorend terras en/of;
d. het verstrekken van alcoholvrije drank voor gebruik ter plaatse in een openbare inrichting of een daarbij behorend terras.
2. De vergunning voor het exploiteren van een coffeeshop wordt verleend voor een periode van 2 jaar.
3. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in a. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
b. een zorginstelling;
c. een museum of;
d. een bedrijfskantine of – restaurant.
4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 weigert de burgemeester de vergunning indien vestigen of exploiteren van een openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
5. Onverminderd het gestelde in het derde en vierde lid kan de burgemeester de ingebruikname van een openbare plaats voor een terras weigeren:
a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;
b. indien dat gebruik een belemmert in het doelmatige beheer en onderhoud van de weg.
6. Het verstrekken van alcoholvrije drank voor gebruik ter plaatse als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd als niet wordt voldaan aan artikel 8 lid 2 en lid 3 van de Drank- en Horecawet.
7. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de eisen, die bij de artikelen 3, 4, 5, 6, en 7 van het Besluit inrichtingseisen Drank- en Horecawet worden gesteld.
8. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de eisen, die in het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999 worden gesteld.
9. De burgemeester kan bepalen dat het gestelde in artikel 2:11 niet geldt voor een of meer in dat besluit aangeduide soorten openbare inrichtingen in de gehele gemeente dan wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente.
10. De exploitatie van een openbare inrichting waarop een besluit als bedoeld in het negende lid geldt, moet zodanig geschieden dat daardoor de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 6
Artikel 2.11
(Horeca-)Exploitatievergunning
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Meppel