De burgemeester kan de vergunning voor een speelgelegenheid intrekken, indien:
a. de exploitant in strijd handelt met hetgeen hij in het bedrijfsplan heeft opgenomen;
b. het aanvullend bedrijfsplan als bedoeld in artikel 2:20 onvoldoende garanties geeft dat de Wet op de kansspelen niet zal worden overtreden;
c. het bepaalde in de Wet op de kansspelen wordt overtreden;
d. in het bedrijf strafbare feiten plaatsvinden die een bedreiging vormen voor de veiligheid op orde in het bedrijf;
e. de openbare orde en veiligheid of het woon- en leefklimaat door de aanwezigheid van het bedrijf wordt verstoord of benadeeld;
f. de exploitant het toezicht op de naleving van het in deze paragraaf bepaalde belemmert of bemoeilijkt.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 7
Artikel 2.22
Gronden voor intrekking vergunning
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Meppel