** 1. .** Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
** 2. .** De burgemeester weigert de vergunning
als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of
de exploitant of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
** 3. .** De vergunning voor het exploiteren van een coffeeshop wordt verleend voor een periode van 5 jaar.
** 4. .** Geen vergunning is vereist voor een:
openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
openbare inrichting in een zorginstelling;
openbare inrichting in een museum;
bedrijfskantine of –restaurant; of
een Bed- en Breakfast voor maximaal 6 personen, zonder kookgelegenheid, ondergeschikt aan de woonfunctie.
** 5. .** In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
** 6. .** Onverminderd het gestelde in het derde en vierde lid kan de burgemeester de ingebruikname van een openbare plaats voor een terras weigeren:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;
indien dat gebruik het doelmatige beheer en onderhoud van de weg belemmert;
** 7. .** De burgemeester kan bepalen dat het gestelde in artikel 2:11 niet geldt voor een of meer in dat besluit aangeduide soorten openbare inrichtingen in de gehele gemeente dan wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente.
** 8. .** De exploitatie van een openbare inrichting waarop een besluit als bedoeld in het zesde lid geldt, moet zodanig geschieden dat daardoor de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed.
** 9. .** De vergunning vervalt zodra de exploitant van de vergunning, de exploitatie van het horecabedrijf feitelijk heeft beëindigd. Van beëindiging is in ieder geval sprake, indien:
het horecabedrijf blijkens de registers van de Kamer van Koophandel niet meer voor rekening van de exploitant, op wiens naam de vergunning is gesteld, wordt geëxploiteerd;
op grond van andere informatie blijkt, dat het horecabedrijf niet meer voor rekening van de exploitant, op wiens naam de vergunning is gesteld, wordt geëxploiteerd.
** 10. .** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter bescherming van de woon- en leefklimaat nadere regels stellen ten aanzien van terrassen.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 6
Artikel 2:11