Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college indien de grafbedekking afwijkt van hetgeen dienaangaande is vermeld in het uitvoeringsbesluit begraafplaatsen.
De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan.
Geen grafbedekking mag worden geplaatst zonder schriftelijke melding vooraf aan de beheerder.
Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de aard en de afmetingen van de grafbedekking, de wijze van aanbrengen en de wijze van aanvragen van de vergunning.
Het college kan een grafbedekking of een vergunning daarvoor weigeren indien:
a. niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het vierde lid;
b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;
c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;
d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is;
e. de tekst of afbeelding op de grafbedekking of het naamplaatje aanstootgevend of kwetsend is.
Indien het bij deze weigering gaat om een reeds geplaatste grafbedekking dient deze op kosten en onder verantwoordelijkheid van de rechthebbende te worden verwijderd.
De looptijd voor het hebben van een grafbedekking op een particulier graf eindigt op het moment dat het grafrecht vervalt. De looptijd voor een grafbedekking op een algemeen graf eindigt 10 jaar na de laatste begraving.
Hoofdstuk 5
Artikel 19
Vergunning grafbedekking
Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Leeuwarden