Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 32

Citeertitel

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Leeuwarden

Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Leeuwarden. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 17 december 2012. De griffier, De voorzitter, TOELICHTING wijziging Beheersverordening en Uitvoeringsbesluit begraafplaatsen A. ALGEMENE TOELICHTING Beheersverordening De beheersverordening begraafplaatsen Leeuwarden is laatstelijk grondig herzien in 2010. Toen is gebruik gemaakt van de in 2010 door de VNG geproduceerde model-beheersverordening. Na 2 jaar gebruik en mede vanwege de in uitvoering zijnde administratieve inhaalslag wordt de behoefte gevoeld op een beperkt aantal onderdelen aanpassingen te doen. Deze aanpassingen zijn in de tekst van de beheersverordening en het uitvoeringsbesluit zichtbaar gehouden; de belangrijkste wijzigingen worden hierna van een toelichting voorzien. Bij de aanpassing is rekening gehouden met het feit dat de gemeentelijke begraafplaatsen vanuit Boarnsterhim in de toekomst ook onder deze verordening gaan vallen. Met deze verordening zijn daarmee de Noorderbegraafplaats, de Huizumerbegraafplaats en de oude Stadsbegraafplaats voorzien van adequate regelgeving en is de integratie van de 5 begraafplaatsen vanuit Boarnsterhim voorbereid. De algemene lijn van de regelgeving is dat aan de ene kant de rechthebbenden meer op hun verantwoordelijkheden ten aanzien van hun graven worden gewezen (conform de wet op de lijkbezorging, gewijzigd 1-1-2010), maar anderzijds is de regelgeving zodanig verruimd dat waar mogelijk beperkende bepalingen zijn omgezet in kaderstellende randvoorwaarden. Uitvoeringsbesluit Alle praktische zaken van de laatste 2 jaar, gevoegd bij ‘voortschrijdend inzicht’ alsmede met de uitkomsten van overleggen met steenhouwers en begrafenisondernemers, zijn verwerkt in het Uitvoeringsbesluit zoals dat thans eveneens voorligt. Het Uitvoeringsbesluit zal na overkomst van de begraafplaatsen uit Boarnsterhim in 2014 op onderdelen vermoedelijk aanpassing behoeven. Aan het onderhoud van de graven, waar de laatste jaren extra op is ingezet, is extra aandacht besteed. Het is namelijk voor alle graven die vóór 2010 (het jaar waarin de gewijzigde wet op de lijkbezorging van kracht is geworden) voor onbepaalde tijd zijn uitgegeven buitengewoon moeilijk (want langdurig) om deze qua verwaarlozing aan te pakken (nl. pas na het jaar 2030). Liever dan een beleid van sancties worden momenteel eerst alle onbekende rechthebbenden uitgeplozen en zo mogelijk aangeschreven. Na aanschrijving knappen de meeste rechthebbenden hun graven dan wel op, zo is de praktijk tot nu toe. B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING I. Beheersverordening Artikel 1. In de ‘definities’ zijn de algemene bepalingen uit de Verordening Begraafrechten (‘tariefverordening') verwerkt; de beheersverordening blijft daarmee de basis en de tariefverordening en het uitvoeringsbesluit verwijzen daar naar. Ter verduidelijking is het aantal definities uitgebreid. Artikel 17. De termijnen in dit artikel zijn in overeenstemming gebracht met andere regelgeving (wet op de lijkbezorging, andere artikelen uit de beheersverordening). Nieuw is de bepaling dat als men ernstig verzuimt zijn grafrecht voor onbepaalde tijd over te schrijven, dit recht daarna slechts voor bepaalde tijd opnieuw wordt uitgegeven. Ook is nieuw dat bij graven voor onbepaalde tijd waarbij het grafrecht na overlijden van de rechthebbende wordt overgeschreven, eerst de eventueel op het graf aanwezige grafbedekking moet worden opgeknapt. Het onderhoud van dit soort graven, waarvan de plicht rust bij de rechthebbende, laat namelijk nogal eens te wensen over. Het moment van overschrijving biedt de gelegenheid eisen te stellen aan de onderhoudstoestand. Artikel 18. Met dit sterk aangepaste artikel wordt tegemoet gekomen aan de behoefte om, als men z’n (financiële) verplichtingen niet nakomt, grafrechten te kunnen ontnemen. Een besluit om grafrechten te ontnemen, bijvoorbeeld als sanctie op niet-betalen van het graf- of begraafrecht, dient in de beheersverordening te zijn geregeld. Dit is een omissie in de modelverordening die hiermee wordt rechtgetrokken. Ter toelichting: een grafrecht heeft een civielrechtelijke status; verplicht is wat bij het aangaan van het grafrecht is afgesproken. Inhoudelijk is het een civielrechtelijk overeenkomst, ook al is die publiekrechtelijk aangegaan. Dat is in het Nederlands recht tamelijk uitzonderlijk. Uitsluitende rechten op een graf, zoals de wettelijke term luidt, kunnen niet bij latere verordeningen gewijzigd worden; wel op details (zoals dat later geen grafkelders worden toegestaan die eerder wel mochten, of gewijzigde voorschriften inzake de maatvoering van grafmonumenten). Een grafrecht is een zakelijk gebruiksrecht dat men wel bij publiekrechtelijk besluit kan uitgeven, maar niet bij publiekrechtelijk besluit of verordening kan beëindigen of wijzigen. Het grafrecht is vergelijkbaar met een erfdienstbaarheid, zoals een recht van opstal. Vandaar de noodzaak dit artikel (dat in voorgaande edities van de beheersverordening in vergelijkbare vorm was opgenomen) opnieuw op te nemen. Artikelen 20 en 21. De volgorde van deze artikelen is omgedraaid omdat rechthebbenden van graven voor onbepaalde tijd hieruit soms afleidden dat de onderhoudsplicht bij de gemeente zou liggen. Verder zijn nadere regels bepaald wat ‘onderhoudskwaliteit’ is. Het totale onderhoud aan (winterharde) grafbeplanting is bij de rechthebbenden gelegd; daar bestonden nl. nogal wat misverstanden over, die voor een deel verklaard konden worden uit het gegeven dat in diverse categorieën graven (m.n. de urnen- en kindergraven) de gemeente de basisbeplanting had aangebracht, maar tegelijkertijd verzuimde rechthebbenden aan te schrijven dat ‘eigen’ beplanting of ‘eigen’ inrichting (derhalve) niet was toegestaan. Artikel 22. Gewijzigd is dat mogelijk voor rechthebbenden of nabestaanden van belang zijnde materialen, die vaak bij een begrafenis op een graf worden geplaatst, niet meer 13 weken bewaard hoeven te worden ná verwijdering, maar thans die periode op het graf (kunnen) blijven liggen. Dat sluit beter aan bij de praktijk waarbij nabestaanden meestal zelf aangeven wat bewaard moet worden. Tegelijk biedt dit artikel nu de mogelijkheid allerlei zaken zonder enige waarde te kunnen verwijderen. Artikel 26. Voorgesteld wordt dat het college en niet de raad beslist over het ruimen van waardevolle graven en grafbedekkingen. Sinds 2010 is deze lijst operationeel en zijn de betreffende graven vastgelegd in het beheersysteem van de begraafplaatsen. Toedeling van de ruimingsbevoegdheid aan de raad biedt geen extra bescherming. II. Uitvoeringsbesluit Artikelen 3 en 4. Op dringend verzoek van de uitvaartondernemers is het eindtijdstip op zaterdag van 13.00 naar 15.00 uur gebracht. Ook is in dit artikel de planning van plechtigheden wat strikter geformuleerd, wat de wederzijdse duidelijkheid ten goede komt. Artikelen 5 t/m 8. De meeste wijzigingen in deze artikelen zijn voortgekomen uit overleg met steenhouwers. Artikelen 9 t/m 12. In deze artikelen wordt vooral meer duidelijkheid gegeven aan rechthebbenden, gebruikers en nabestaanden in de wijze waarop men zelf de graven van materiaal wil voorzien (beplantingen, los materiaal) en hoe zich dat verstaat met een acceptabele onderhoudskwaliteit. Daarbij is aangegeven dat alle beplantingen door de rechthebbenden c.s. moeten worden onderhouden (zie ook de toelichting bij de artt. 20 en 21 van de beheersverordening). Als gevolg hiervan zullen in voorkomende gevallen rechthebbenden van graven die (nog) zijn voorzien van een gemeentelijke aanleg, informatie ontvangen over de mogelijkheid in dergelijke gevallen de inrichting naar eigen keuze te wijzigen; het legitimeert voorts degenen die eerder deze inrichting zelf al hebben gewijzigd. Ook wordt op hoofdlijnen aangegeven wat ‘behoorlijk’ onderhoud impliceert. Artikel 14. Met dit artikel wordt de basis gelegd onder een recent gegroeide praktijk; het biedt nabestaanden ook de mogelijkheid stoffelijke resten bij het ‘schudden’ van een graf waardig te doen herbegraven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel