**1..** In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een
jaarlijkse belasting gedurende dertig jaren. Het verzoek genoemd in
de eerste volzin dient binnen zes weken na de dagtekening van de
aanslag schriftelijk bij in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van
de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden ingediend;
**2..** het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar;
**3..** de jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
verschuldigde, berekend op basis van een periode van dertig jaren en
een rentevoet van 4,5%;
**4..** de belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar
worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde
van de op 1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop
plaatsvindt, nog te verschijnen belastingbedragen berekend naar een
rentevoet van 4,5%;
**5a..** ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
heffing en de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak,
als bedoeld in het eerste lid, eindigt of wijzigt als gevolg van het
overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de nieuwe
genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met ingang
van het eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor
de resterende belastingjaren van het belastingtijdvak, berekend
overeenkomstig het vierde lid van dit artikel;
**5b..** in afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek van
de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse
heffing overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd. Het verzoek
daartoe dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag
ingevolge onderdeel a, schriftelijk bij de in artikel 231, tweede
lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te
worden ingediend.
Artikel 6.
Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting
Onderdeel van Verordening baatbelasting riolering, cluster G1