1.Het is verboden bij een evenement onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden, te veroorzaken of in groepsverband dan wel afzonderlijk anderen lastig te vallen, te vechten of op andere wijze de orde te verstoren.
2.Het is verboden bij evenementen messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of veiligheid in gevaar komt of kan komen.
3.Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor wapens die behoren tot categorie I, II, III en IV Wet wapens en munitie.
4.Een ieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen.
4.Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen
4.Artikel 2:27 Begripsbepalingen
4.In deze afdeling wordt verstaan onder:
openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder openbare inrichting wordt tevens verstaan een bij deze inrichting behorend terras en andere aanhorigheden;
terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.
4.Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning indien de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan c.q. indien het verzoek tot medewerking aan een vrijstelling of wijziging van het bestemmingsplan onherroepelijk is afgewezen.
De burgemeester weigert de aanvraag om vergunning in behandeling te nemen indien de aanvrager geen Verklaring Omtrent het Gedrag met betrekking tot de leidinggevende(n) overlegt bij de vergunningaanvraag, die is afgegeven maximaal drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
Bij de toepassing van de in het vierde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de openbare inrichting.
De burgemeester kan de vergunning weigeren in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteits beoordelingen door het openbaar bestuur (Wet BIBOB).
Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting die zich bevindt in:
een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
een zorginstelling;
een museum;
een school;
een bedrijfskantine of -restaurant.
Indien de vergunningsaanvraag mede betrekking heeft op één of meer bij de openbare inrichting horende terrassen op de weg, beslist de burgemeester over de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras.
Onverminderd het gestelde in het zevende lid, kan de burgemeester de ingebruikneming van die weg ten behoeve van een of meer bij een openbare inrichting behorende terrassen weigeren:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;
indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.
De vergunning is persoonsgebonden.
Het bepaalde in het achtste en negende lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal Wegenreglement Fryslân.
4.Artikel 2:29 Sluitingstijd
Voor openbare inrichtingen als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, is het de houder van:
een café, discotheek, restaurant of daaraan verwant bedrijf waar alcohol mag worden geschonken verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven op zondag tot en met donderdag tussen 01.00 en 06.00 uur, en op vrijdag en zaterdag tussen 02.00 en 06.00 uur;
een cafetaria, snackbar, lunchroom of daaraan verwant bedrijf waar geen alcohol mag worden geschonken verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven op zondag tot en met zaterdag tussen 24.00 en 06.00 uur.
4. 2. Voor openbare inrichtingen die zich richten op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard als een dorphuis, verenigingsgebouw, sportkantine of daaraan verwante instelling als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet, is het de houder daarvan verboden deze voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven op zondag tot en met zaterdag tussen 24.00 en 06.00 uur, met dien verstande dat voor dorpshuizen een afwijkend tijdstip geldt op vrijdag en zaterdag van 01.00 tot 06.00 uur.
Het is de houder van een terras als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid, verboden dit voor bezoekers geopend te houden op zondag tot en met zaterdag tussen 22.00 en 06.00 uur, behoudens ontheffing van dit tijdstip tussen uiterlijk 24.00 en 06.00 uur.
Voor een openbare inrichting in een winkel gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
De burgemeester kan door middel van een voorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras, dan wel ontheffing van de sluitingstijden verlenen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
De ontheffing is zaaksgebonden.
Het in het eerste, tweede en vierde lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.
4.Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing in die situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.
Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
4.Artikel 2:31 Verboden gedragingen
4.Het is verboden in een openbare inrichting:
zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, 1e lid;
op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn op het terras.
Artikel 2:31a Ordeverstoring
1.Het is verboden in een openbare inrichting onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden, te veroorzaken of in groepsverband dan wel afzonderlijk anderen lastig te vallen, te vechten of op andere wijze de orde te verstoren.
2.Het is verboden in een openbare inrichting messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of veiligheid in gevaar komt of kan komen.
3.Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor wapens die behoren tot categorie I, II, III en IV Wet wapens en munitie.
4.Een ieder is verplicht in een openbare inrichting alle aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen.
4.Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen
In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.
4.Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan
4.Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.
4.Artikel 2:34 Overige bepalingen
4.Een vergunning als bedoeld in artikel 2:28 vervalt, indien de betreffende openbare inrichting wordt beëindigd, van overheidswege wordt gesloten, indien gedurende een periode van zes maanden geen gebruik wordt gemaakt van de vergunning of indien de aard en omvang van de openbare inrichting wordt gewijzigd.
4.Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
4.Artikel 2:35 Begripsbepaling (vervallen)
4.Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie (vervallen)
4.Artikel 2:37 Nachtregister (vervallen)
4.Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister (vervallen)
4.Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden
4.Artikel 2:39 Speelgelegenheden (vervallen)
4.Artikel 2:40 Speelautomaten
1.In dit artikel wordt verstaan onder:
Wet: de Wet op de kansspelen;
kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet;
hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet;
laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet.
In hoogdrempelige inrichtingen of het hoogdrempelige deel van een samengestelde inrichting zijn 2 kansspelautomaten toegestaan.
In laagdrempelige inrichtingen of het laagdrempelige deel van een samengestelde inrichting zijn kansspelautomaten niet toegestaan.
4.Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
4.Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.
De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid bedoelde verboden ontheffing te verlenen.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
De ontheffing is persoonsgebonden.
4.Artikel 2:42 Plakken en kladden
Het is verboden de weg of dat gedeelte van een roerende of onroerende zaak dat vanaf de weg zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van het college en van de …..rechthebbende op de weg of op dat gedeelte van een roerende of onroerende zaak dat …..vanaf de weg zichtbaar is:
een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken of te laten aanplakken of op andere wijze aan te brengen of te laten aanbrengen;
met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige afbeelding, letter of cijfer of teken aan te brengen of te laten aanbrengen.
Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.
Het college kan aanplakborden en aanplakzuilen aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen, bekendmakingen en handelsreclame.
Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen, bekendmakingen en handelsreclame op de aanplakborden en aanplakzuilen die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
4.Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.
Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op de weg of openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap.
Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.
4.Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen
Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
4.Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. (vervallen)
4.Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. (vervallen)
4.Artikel 2:47 Verboden gedrag op openbare plaatsen
Het is verboden op een openbare plaats:
te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;
zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder berokkent.
Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 6
Artikel 2:26
Ordeverstoring
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Tytsjerksteradiel
Verwijzingen
- Artikel 2
- artikel 424
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 30
- Artikel 2
- artikel 174 van de Gemeentewet
- artikel 2
- artikel 2
- Artikel 2
- artikel 2
- Artikel 2
- artikel 2
- artikel 30
- Artikel 2
- artikel 1
- Artikel 2
- artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 1
- artikel 30
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 13b van de Opiumwet
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 2
- Artikel 2
- artikel 2
- artikel 2
- artikel 437