**1..** De opslag van mest moet zodanig geschieden dat geen mest(vocht) in of op de bodem of het oppervlaktewater terecht kan komen.
**2..** Dunne mest moet worden opgeslagen in een doelmatige mestdichte opslagruimte (kelder).
**3..** Vaste mest moet worden opgeslagen op een mestdichte betonnen ondergrond voorzien van opstaande randen en een mestdichte afvoer naar een mestdichte opslagruimte (kelder), of een gelijkwaardige voorziening.
**4..** Van lid 3 mag worden afgeweken indien de opslag van vaste mest plaatsvindt:
**a..** boven een absorberende laag en een dikte van ten minste en een organische stofgehalte van ten minste 25 % (bijvoorbeeld stro of zaagsel) en
**b..** onder een permanente bovenafdekking, zodanig dat contact met hemelwater wordt voorkomen.
**5..** De opslag van vaste mest mag niet onder het maaiveld zijn gelegen.
**6..** Bij een opslag overeenkomstig lid 4 moet de absorberende laag tezamen met de mest worden verwijderd.
**7..** Er mag niet meer dan vaste mest worden opgeslagen.
**8..** De vaste mest moet ten minste 1 maal per jaar worden verwijderd.
**9..** Verwijdering van de mest moet zodanig geschieden dat hierdoor geen hinder voor de omgeving dan wel verontreiniging van de bodem of oppervlaktewater ontstaat. Eventueel gemorste mest moet direct worden verwijderd.
**10..** De opslag van vaste mest moet geschieden op een afstand van ten minste:
**a..** van een woning van derden of ander gevoelig object binnen de bebouwde kom;
**b..** van een woning van derden of ander gevoelig object buiten de bebouwde kom;
**c..** van de erfgrens;
**d..** 5 meter van de insteek van een oppervlaktewater.
Hoofdstuk › Afdeling 6
Artikel 4:21
Opslag van mest
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Tytsjerksteradiel