Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling 6

Artikel 5:24b

Aanleg- exces

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Tytsjerksteradiel

1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 5:24 lid 1 en lid 2, is het de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmede op een plaats aan te leggen, indien burgemeester en wethouders hem schriftelijk hebben medegedeeld, dat zij het, met het oog op de verdeling van de beschikbare aanlegplaatsen, onaanvaardbaar achten dat genoemde rechthebbende aldaar nog langer aanlegt. 2.. Het in het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening Fryslân of de Provinciale landschapsverordening Fryslân. Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen (niet opgenomen) Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats/aanlegmogelijkheid Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:24a bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats of aanlegmogelijkheid in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. Het in het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening Fryslân of de Provinciale landschapsverordening Fryslân. Artikel 5:27 Innemen ligplaats Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee ligplaats in te nemen. Het in lid 1 gestelde verbod is niet van toepassing op het innemen van ligplaats: met een vaartuig aan een krachtens artikel 5:27c of bij een geldend bestemmingsplan als zodanig aangewezen ligoever dan wel in een bij geldend bestemmingsplan aangewezen haven of andere bij bestemmingsplan aangewezen gelegenheid die bestemd is om een vaartuig onder te brengen; met een vaartuig, behorende tot een categorie vaartuigen, waarvoor het verbod door het college op grond van het gestelde in lid 3, buiten toepassing is verklaard. Het college kan (categorieën van) vaartuigen aanwijzen waarop het in lid 1 gestelde verbod niet van toepassing is. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig , waarop het in lid 1 gestelde verbod krachtens het bepaalde in lid 2 onder a en b, lid 3 en lid 4 niet van toepassing is: nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. Het college kan van het in lid 1 gestelde verbod ontheffing verlenen. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. De ontheffing is persoonsgebonden. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening Fryslân of de Provinciale landschapsverordening Fryslân. Artikel 5:27a Ankeren Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te ankeren in een rietkraag of op een afstand van minder dan vanuit een rietkraag, in een krachtens artikel 5:27d als zodanig aangewezen water of op een afstand van minder dan vanuit een krachtens artikel 5:27d als zodanig aangewezen oever. Onverminderd het bepaalde in lid 1 is het de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te ankeren anders dan gedurende de tijd die daadwerkelijk gebruikt wordt voor een permanent recreatief verblijf op of in de omgeving van het vaartuig. Burgemeester en wethouders kunnen van het in lid 1 en lid 2 gestelde verbod ontheffing verlenen voorzover het betreft een krachtens artikel 5:27d aangewezen water of oever. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. De ontheffing is persoonsgebonden. Artikel 5:27b Varen Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee door of in een rietkraag te varen. Onverminderd het bepaalde in lid 1 is het de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee te varen in een krachtens artikel 5:27d als zodanig aangewezen water. Het college kan van het in lid 2 gestelde verbod ontheffing verlenen. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. De ontheffing is persoonsgebonden. Artikel 5:27c Procedure met betrekking tot de aanwijzing van ligoevers Het college is bevoegd ligoevers aan te wijzen als bedoeld in artikel 5:27, lid 2 sub a. Bij de aanwijzing kan worden bepaald dat deze slechts gedurende een bepaalde periode van kracht is en/of slechts voor één of meer categorieën vaartuigen zal gelden. Het college wint, alvorens tot ter inzage legging als bedoeld in lid 4 over te gaan, het advies in van, zoveel mogelijk, de publiekrechtelijke beheerder(s) van de betrokken oever(s) en het (de) betrokken water(en). Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste lid is de in afdeling 3.4 van de Awb geregelde procedure van toepassing. In de aanwijzing zelf wordt het tijdstip bepaald waarop zij in werking treedt. Artikel 5:27d Procedure m.b.t. de aanwijzing van oevers en/of wateren waar het ……………….verboden is aan te leggen, te ankeren, of te varen Het college is bevoegd oevers en/of wateren aan te wijzen als bedoeld in artikel 5:24a, artikel 5:27a en 5:27b, waar het verboden is aan te leggen, te ankeren of te varen. Ten aanzien van het gebruik van de in lid 1 bedoelde bevoegdheid zijn de leden 2 t/m 5 van artikel 5:27c van overeenkomstige toepassing. Artikel 5:27e Ligplaats aan laad- of losplaats Het is verboden aan een bij de gemeente in beheer en onderhoud zijnde laad- en losplaats met een vaartuig ligplaats in te nemen anders dan ter onmiddellijke lading of lossing. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. De ontheffing is persoonsgebonden. Artikel 5:27f Laad- en losplaats Het is verboden op een gemeentelijke laad- en losplaats: andere goederen aanwezig te hebben dan die, welke bestemd zijn ter lading in een vaartuig of welke aldaar uit een vaartuig gelost zijn; levende dieren langer dan een uur en goederen en stoffen langer dan 24 uur te doen verblijven; goederen zodanig aanwezig te hebben, dat deze het laden of lossen van andere goederen belemmeren; goederen, die niet voor onmiddellijke lading bestemd zijn, op te slaan binnen een afstand van twee meter uit de walkant; agressieve stoffen te laden of te lossen: langer dan 2 x 24 uur aaneengesloten te laden of te lossen. Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid vervatte verbod. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. De ontheffing is persoonsgebonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel