**1..** Van het voornemen tot dunning van een houtopstand moeten bij het
college of de door hem aangewezen ambtenaar een schriftelijke en
ondertekende kennisgeving worden ingediend.
**2..** Het college geeft binnen een maand na het ontvangen van de
kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, een verklaring van
ontvangst af.
**3..** Behoudens het bepaalde in het vierde lid, is het verboden met
het dunnen van een houtopstand te beginnen voordat de verklaring
van ontvangst, bedoeld in het tweede lid, is afgegeven.
**4..** De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, behoeft niet te
worden gedaan indien de houtopstand moet worden gedund ingevolge
een verplichting van het college, bedoeld in artikel 4:11e,
derde lid.
**5..** Het college kan ter bescherming van houtopstand in de in het
tweede lid bedoelde verklaring van ontvangst aanwijzingen geven,
welke bij het dunnen van de houtopstand in acht moeten worden
genomen.
**6..** De verklaring van ontvangst, bedoeld in lid twee, vervalt als
niet binnen 6 maanden na de dagtekening daarvan met het dunnen
van de houtopstand is begonnen.
**7..** Het college geeft de verklaring van ontvangst als bedoeld in het
tweede lid niet af als de kennisgeving van voorgenomen dunning
geacht moet worden betrekking te hebben op het vellen van een
houtopstand, waarvoor ingevolge deze verordening een vergunning
is vereist.
**8..** In het geval bedoeld in het zevende lid, wordt de kennisgeving
van voorgenomen dunning aangemerkt als een verzoek om vergunning
als bedoeld in artikel 4:11a. Het college stelt in dat geval
degene die de kennisgeving van voorgenomen dunning heeft gedaan,
binnen de in het tweede lid genoemde termijn schriftelijk van
hun beslissing in kennis.
Hoofdstuk › Afdeling 3
Artikel 4:11d
Meldingsplicht voor dunning
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Tytsjerksteradiel