**1..** Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden daarmee aan te
leggen in of aan een rietkraag of aan of op een krachtens
artikel 5:27d als zodanig aangewezen oever.
**2..** a. Onverminderd het bepaalde in lid
1, is het de rechthebbende op een vaartuig verboden, daarmee
langer dan gedurende ten hoogste drie achtereenvolgende dagen of
gedeelten daarvan op dezelfde plaats aan te leggen.
**b..** De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht daarmee gedurende
drie achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan op dezelfde
plaats te hebben gelegen, indien dat vaartuig op die plaats door
een met de uitvoering van de verordening belaste ambtenaar als
bedoeld in artikel 6:2 wordt aangetroffen op enig tijdstip van
de eerste van drie dagen en op enig tijdstip van de eerste dag
na die drie dagen.
**c..** De rechthebbende op een vaartuig wordt geacht op dezelfde plaats
te zijn gebleven indien het vaartuig binnen een straal van -
hemelsbreed gemeten - gerekend vanaf de in sub a bedoelde
aanlegplaats wordt aangetroffen.
**d..** Het is de rechthebbende op een vaartuig verboden, met enig
vaartuig binnen vijf dagen nadat het is verplaatst op de in lid
2, sub a, bedoelde plaats opnieuw aan te leggen.
**3..** Het college kan van het in lid 1 gestelde verbod ontheffing
verlenen voorzover het betreft een krachtens artikel 5:27d als
zodanig aangewezen oever.
**4..** Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de
Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
toepassing.
**5..** De ontheffing is persoonsgebonden.
**6..** Het in het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet
voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet
beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale
vaarwegenverordening Fryslân of de Provinciale
landschapsverordening Fryslân.
Hoofdstuk › Afdeling 6
Artikel 5:24a
Aanleggen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Tytsjerksteradiel