De burgemeester kan de vergunning intrekken:
indien blijkt dat de vergunning op grond van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat / winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;
indien gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;
indien de exploitatie van de speelautomatenhal langer dan vierentwintig weken onderbroken is geweest.