Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 4

Bijzondere bijstand als lening voor duurzame gebruiksgoederen

Onderdeel van Beleidsregel Bijzondere Bijstand 2011

1.. De kosten van duurzame gebruiksgoederen behoren in beginsel tot de algemene noodzakelijke kosten die uit de algemene bijstandsnorm of een vergelijkbaar inkomen moeten worden gefinancierd. 2.. Voor de vervanging van duurzame gebruiksgoederen moet men reserveren. 3.. Als de noodzaak van de aanschaf zich echter voordoet voordat men over voldoende reserves beschikt, kan de gemeente bijzondere bijstand als lening verstrekken. 4.. De reserveringscapaciteit voor duurzame gebruiksgoederen is het verschil tussen het netto inkomen en 90% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm. 5.. Voor het bepalen van de reserveringscapaciteit wordt gekeken in hoeverre de reserveringscapaciteit in de 3 jaar voorafgaand aan de aanvraag al benut is. In deze beoordeling worden meegenomen: - aantoonbaar gebruik van de reserveringscapaciteit voor eerder gemaakte noodzakelijke kosten gedurende de voorgaande 3 jaar; - aantoonbare aflossingen op schulden, waarbij fraudeschulden per definitie buiten beschouwing blijven. 6.. De aanvraag wordt afgewezen als er voldoende reserveringscapaciteit is. 7.. Bij cliënten die in de 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag, onafgebroken een inkomen tot 115% van het sociaal minimum hebben ontvangen wordt de reserveringscapaciteit vastgesteld op nihil. 8.. Indien er geen of onvoldoende reserveringscapaciteit is wordt de bijzondere bijstand verleend: a. “om niet” voor “niet” duurzame gebruiksgoederen, waaronder bijvoorbeeld verf, behang, gordijnen, verhuisbus, kosten vloeregalisatie (niet verhuisbare goederen). b. in de vorm van een geldlening voor duurzame gebruiksgoederen, waaronder bijvoorbeeld een wasmachine, bankstel, etc. (verhuisbare goederen).

Rechtspraak bij dit artikel