1 De vakantie, waarop de ambtenaar recht heeft ingevolge artikel 6:1, wordt verleend, tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten en toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 6:2:4, eerste lid, dan wel toepassing wordt gegeven aan artikel 6:2:6.
2 De vakantie wordt verleend door het college.
De in een kalenderjaar niet of niet geheel verleende vakantie voor zover deze 57,6 uur te boven gaat kan niet worden genoten in enig volgend jaar behoudens het bepaalde in de artikel 6:1:1, eerste lid.
Aanspraken of niet genoten vakantie vervallen met ingang van de datum van ontslag, met uitzondering van vakantie, welke niet is genoten:
op verzoek van het hoofd van dienst;
door niet aan schuld of nalatigheid van de ambtenaar te wijten ziekte, en evenwel met dien verstande dat de uitzondering wordt beperkt tot het voor de ambtenaar geldende aantal vakantiedagen per jaar.
Voor conform dit lid niet genoten vakantiedagen wordt een vergoeding gegeven. Deze vergoeding is gelijk aan het uurloon van de ambtenaar voor elk niet genoten vakantie-uur.