1 De ambtenaar die gedurende het betaald ouderschapsverlof of binnen zes maanden
daarna ontslag wordt verleend op grond van artikel 8:1, eerste lid, of artikel 8:13, is
verplicht de bezoldiging, die hij op grond van artikel 6:5 heeft genoten, terug te betalen.
2 Geen terugbetalingsverplichting ontstaat indien het ontslag als bedoeld in artikel 8:1,
eerste lid:
het gevolg is van het aanvaarden van een betrekking bij een andere
gemeente;
en evenmin indien de betrokkene aanspraak heeft op een uitkering krachtens
de Werkloosheidswet, vanwege werkloosheid, die is ontstaan doordat de
ambtenaar ontslag heeft gevraagd omdat hij de echtgenoot of geregistreerde
partner volgt, die door geheel buiten hem liggende oorzaken noodzakelijk van
standplaats moet wijzigen.
3 De ambtenaar die gedurende het betaald ouderschapsverlof of binnen drie maanden
daarna op eigen verzoek een betrekking aanvaardt voor minder uren dan hij direct
voorafgaande aan het ouderschapsverlof vervulde, is verplicht de bezoldiging, die hij
op grond van artikel 6:5 heeft genoten over de uren waarmee zijn aanstelling wordt
verminderd, terug te betalen.
4 De ambtenaar die van het betaald ouderschapsverlof gebruik maakt, dient zich
tevoren schriftelijk akkoord te verklaren met het in het eerste en derde lid bepaalde.