1. De ambtenaar die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn
arbeid te verrichten, is verplicht:
a gevolg te geven aan, door het college of een door hem aangewezen deskundige,
gegeven redelijke voorschriften en mee te werken aan door het college of een door
hem aangewezen deskundige getroffen maatregelen als bedoeld in artikel 7:9;
b zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan
van aanpak als bedoeld in artikel 7:9, derde lid;
c zich te gedragen naar de regels die in het protocol, bedoeld in artikel 7:9, vierde lid,
zijn opgenomen.
2. Indien de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn betrekking te vervullen, in staat
is passende arbeid als bedoeld in artikel 7:1 te verrichten en hij door het college of een
andere werkgever daartoe in de gelegenheid wordt gesteld, is hij verplicht die arbeid te
verrichten.
Hoofdstuk
Artikel 7:11
Artikel 7:11
Onderdeel van A-07 Aanspraken bij ongeschiktheid wegens ziekte of gebrek 2012