1. Indien de ambtenaar ter zake van de desbetreffende ongeschiktheid tot het verrichten van
zijn werk recht heeft op een ZW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in
mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3 recht heeft.
2. Indien de ambtenaar geen ZW-uitkering aanvraagt binnen de in de ZW gestelde termijnen
en dit aan zijn schuld of toedoen te wijten is, wordt voor de periode dat hij dientengevolge
geen ZW-uitkering ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met
een volledige ZW-uitkering.
3. Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de ambtenaar de ZW-uitkering vermindering ondergaat, aan de ambtenaar een boete wordt opgelegd, dan wel
het recht op de ZW-uitkering geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit aan zijn
schuld of toedoen te wijten is, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden
met een volledige ZW-uitkering.
4. De ambtenaar verleent op verzoek van het college alle medewerking aan het via het
college tot uitbetaling laten komen van de ZW-uitkering.
5 Indien de ZW-uitkering meer bedraagt dan het bedrag waarop de ambtenaar op grond van artikel 7:3 recht heeft, wordt het meerdere aan de ambtenaar uitbetaald.
Hoofdstuk
Artikel 7:19
Artikel 7:19
Onderdeel van A-07 Aanspraken bij ongeschiktheid wegens ziekte of gebrek 2012