1.De ambtenaar wordt op zijn verzoek vanaf de eerste dag van de maand volgend op
de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt volledig buitengewoon verlof
verleend, tegen doorbetaling van 80% van de voor de ambtenaar geldende
bezoldiging.
Voor zover het dienstbelang het toelaat, kan de ambtenaar vanaf de datum bedoeld in
de eerste volzin in plaats van het volledig buitengewoon verlof als hiervoor bedoeld,
een keuze maken uit de volgende mogelijkheden:
a. 100% werken, waarbij voor ieder vol jaar dat gewerkt wordt een bonus wordt
verstrekt van 20% van het voor de ambtenaar geldende jaarsalaris in het jaar
voorafgaande aan toekenning van de bonus;
b. 50% van de voor hem geldende formele arbeidsduur werken, tegen
doorbetaling van 90% van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging;
c. volledig ontslag op grond van artikel 8:1, waarbij een bonus wordt verstrekt
van 100% van het voor de ambtenaar geldende jaarsalaris in het jaar
voorafgaande aan toekenning van de bonus.
Indien dit voor het behouden van vakbekwaamheidseisen noodzakelijk is en de
werkgever dit kan aantonen, geldt voor ambulancepersoneel als alternatief voor
onderdeel b: 60% van een volledige betrekking werken tegen doorbetaling van 95% van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging.
2. De ambtenaar maakt zes kalendermaanden voor de in het eerste lid bedoelde datum
het college door middel van een verzoek bekend naar welke variant zijn voorkeur
uitgaat.
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 9b:11, gaat de datum, bedoeld in het eerste lid
zoveel later in als het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat
luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens
had vastgesteld dan 55 jaar.
4. De ambtenaar die kiest voor het in het eerste lid gestelde onder a en b moet medisch
geschikt zijn om in de bezwarende functie door te werken.
5. Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, met inachtneming van het
derde lid, de in het eerste lid gestelde keuzemogelijkheden later laten ingaan, telkens
met een periode van een jaar. Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch
geschikt is om door te werken in de bezwarende functie.
6. De ambtenaar die van het vijfde lid gebruik wil maken, moet, met inachtneming van
het derde lid, het college uiterlijk zes kalendermaanden voor de beoogde
ingangsdatum daartoe verzoeken.
7. De ambtenaar die eenmaal een keuze heeft gemaakt, kan, voor zover het
dienstbelang dat toelaat, gedurende de periode tot het moment, bedoeld in artikel
9b:11, zijn keuze herzien, met dien verstande dat de bonus van artikel 9b:4, eerste lid,
onderdeel c, berekend wordt naar rato van de tijd die resteert tot de datum, bedoeld in
Hoofdstuk 9b › Paragraaf 2
Artikel 9b:4
Artikel 9b:4
Onderdeel van A-09a t/m 09e Ambtenaren in bezwarende functie v.a. 1 januari 2006