Grondslag voor een maatregel
Een maatregel wordt opgelegd op indien:
de belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan;
de belanghebbende de verplichtingen voortvloeiende uit de wet of artikel 30c tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet of onvoldoende nakomt, uitgezonderd het zich jegens het college zeer ernstig misdragen.
De maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.