Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 2 Het opleggen van een maatregel

Artikel 2 Het opleggen van een maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en inkomen kunstenaars Leeuwarden

1. Een maatregel wordt overeenkomstig deze verordening opgelegd: als de kunstenaar naar het oordeel van het college blijk heeft gegeven van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan; als de kunstenaar onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de WWIK zich jegens het college zeer ernstig heeft misdragen; als de kunstenaar naar het oordeel van het college een verplichting als bedoeld in artikel 20 WWIK niet of niet naar behoren is nagekomen; d. als de echtgenoot van de kunstenaar naar het oordeel van het college een verplichting als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdelen c en d, van de WWIK niet naar behoren is nagekomen; als de echtgenoot van de kunstenaar arbeid in een eigen bedrijf of zelfstandig beroep verricht en naar het oordeel van het college een verplichting als bedoeld in artikel 20, derde lid, van de WWIK heeft geschonden. 2. De maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de kunstenaar of zijn echtgenoot de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin de kunstenaar of zijn gezin verkeert.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel